16 juni, 2002 - Vondelkerk, Amsterdam


CONCERT XXXIV
Previous Concert       Next Concert


presenteert





Van Schubert tot Oh

Trio Uitspraak:
     Jacob Plooij, Viool
     John Addison, Cello
     Dante Oei, Piano

     Guest Starring: Toon Vandevorst, zang





Programma



Luciano Berio - Wasserklavier

Barbara Magnonir - Aspettando a l'alba

Samuel Vriezen - Skylger Trio

David Macculi - UM 13118912

Toon Vandevorst - De Zwarte Muze
(Gedichten: Paul Snoek)
     I De zwarte muze
     II IJstij
     III Des nachts


pauze


Seung-Ah Oh - So Ri II

John Cage - Six Melodies

Franz Schubert - Adagio ('Notturno')






Dit concert is mogelijk gemaakt mede dankzij financiele ondersteuning door het Amsterdams Fonds voor de Kunst.









Toelichtingen




Samuel Vriezen - Skylger Trio

Vriezen: "'Skylge' is de Skylger naam voor Terschelling, waar ik dit stuk vorig jaar heb gemaakt. Het viel me toen op dat wat voor vogels je ook bij elkaar zet, het contrapunt altijd goed is. Dat is zo gegroeid door de aeonen. Ik pleit daarom voor een nieuw evolutionair elan in het contrapunt, een altijd-goed techniek. Werken aan dit trio vormde een aangenaam contrast met de aangenaam saaie rust van Terschelling. Ik ben verheugd te zien dat het een nogal grillig stukje geworden is."



Toon Vandevorst - De Zwarte Muze

Waar is de tijd, dat jij me voedde met je weelde, mij in een praalbed proeven liet de eetlust van je slaap, of met mij woonde in een huis dat ik rechtvaardig bouwde en waar het goed was je ruimschootse minnaar te zijn?
Nu woon ik in een wanhuis zonder antwoord. Ik verblijf en eet in naam van god langharig den honger, of drink tot slechts mijn schaduw mij nog staande houdt en tot ik zeeziek als een drenkeling in mijn verbeelding drijf.
En toch, van evenwicht mijn hart is bloedend en ik hoop opnieuw te mogen rusten in de draagstoel van de ruimte met op mijn lippen van een sneeuwvlok het geoliede dons.
Ook dat de weelde mij opnieuw verkrijgen zal uit vrede en ik niet meer ontwaken moet in de versperring van de leegte met schamel in mijn keel een spons, hardvochtig en droog.

IJstij

Uit witte zee‘n kwamen zwarte reuzen
en groeiden talrijk land- en hemelwaarts,
bewakend van het water de gedaanten
in alle vormen van de vloeibaarheid.

Met overgave was de zee hun kracht.
De vloed hun nachtrust, hun voedende slaap.
Zij ademden des waters zuurstof in
en ademden des waters vloeistof uit.

Onsterfelijke rechters nu, en morgen goden,
beheersend van de zee de onbeweeglijkheid.
Zij openen de weg naar de koude als tijdperk.
Zij bereiden ons voor op de nakende ijstijd.

Des nachts

dit is wanneer de wijzers van het uurwerk
hoorbaar slijten in het maanlicht,
wanneer het vee zich in de regen rugschuurt,
wanneer de bomen ons tergen en groeien.

Des nachts, dit is na de verbazing,
wanneer de kinderen herademen
aan de adem van hun glimlach,
wanneer, met bloedend hart, de vrouwen
zwanger worden en de mannen oud.

En godzijdank, des nachts
wanneer geen licht schijnt op ons aanschijn,
noch op het zweet en de schaamte,
waarmee de mens al parend
de losprijs van de liefde afbetaalt.

Jawel, des nachts is het
dat de slaap ons inspint voorzichtig
in zijn zacht maar dodend web
en fluistert in ons dromend oor: ik mens,
ik heb geen trouwer vriend dan de dood.

- Paul Snoek



Seung-Ah Oh - So Ri II

Oh: "'So Ri' is Koreaans voor 'geluid'"









home page / concerten by number / artists / tot en met / catalogue / email